3
De man van mijn dromen…
houdt van kinderen
Om iets na middernacht reed Autumn haar Subaru Outback de garage binnen. Ze was in de Rainier Club gebleven tot de laatste toeleverancier was vertrokken en daarna had ze de band nog betaald.
Ze pakte haar tas van de bestuurdersstoel en liep naar haar voordeur. Ze had haar drive-inwoning in Kirkland een jaar geleden gekocht omdat het lag aan een rustig, doodlopend straatje en het een grote omheinde achtertuin had, die grensde aan een bos. De drie jaar daarvoor had ze Conners alimentatie opgespaard, zodat ze het huis in één keer kon betalen. Dat soort zekerheden waren belangrijk voor haar. Ze vond het belangrijk om een huis voor Conner te hebben, ongeacht wat er met haar werk of met Sam zou gebeuren.
Het was geen overdreven luxe huis. Het was eind jaren zeventig gebouwd, en kon wel wat onderhoud gebruiken, al was het geschilderd en goed ingedeeld. De vorige eigenaar was dol geweest op gebloemd behang, houten lambriseringen en bakstenen muurtjes. Dat zou er allemaal uit moeten, maar helaas had Autumn te weinig tijd om dat te regelen, dus stond het opnieuw inrichten van haar huis helemaal onder aan haar lijstje. Vince had toegezegd haar te zullen helpen, maar ook hij had er geen tijd voor.
In de huiskamer brandde de lamp nog en stond de televisie nog op Discovery Channel. Met haar handtas over haar schouder stapte ze over een speelgoedgeweer en een groene plastic golftas waarin twee golfclubs zaten. Ze zette de tv uit en keek of de schuifdeur goed dichtzat, waarna ze het licht uitdeed.
Het Nerf-geweer met schuimrubber kogels was het laatste wat Vince voor Conner had gekocht. Vince vond dat Conner te veel tijd doorbracht met meisjes en meer mannelijke invloeden en speelgoed nodig had. Autumn vond het bespottelijk, maar ja. Conner was dol op Vince en vond het heerlijk om bij hem te zijn. En God wist dat hij te weinig tijd doorbracht met zijn vader.
In de stilte van het huis kraakten de treden vervaarlijk onder haar voeten. Normaal gesproken vond ze deze rust heerlijk. Was ze dol op de paar rustige uurtjes nadat ze Conner naar bed had gebracht. Ze hield van die tijd voor haarzelf. Als ze niet hoefde te werken of eten klaar te maken of te anticiperen op de activiteiten van haar vijfjarige zoon. Zo nam ze graag een uitgebreid bad met een tijdschrift erbij. Maar nu Conner er niet was, vond ze het helemaal niet gezellig. Zelfs na al die jaren waarin hij wel eens een nachtje bij zijn vader bleef, was ze er niet gerust op als haar kind niet in zijn bed lag.
Ze liep door de donkere woonkamer naar de keuken, waar het licht nog aan was. Ze legde haar tas op tafel, deed de koelkast open en pakte er wat kaas uit. Op de buitenkant van de deur had Conner ‘hoi mamie’ gespeld met magneetletters en er hing een nieuwe tekening, die hij had gemaakt toen ze aan het werk was. Hij had met vetkrijt een poppetje getekend met een rode staart en groene ogen, waarvan één arm langer was dan de andere, die de hand vasthield van een kleiner poppetje met geel haar en een grote grijns. De zon was knaloranje en het gras groen. Aan de rand van het blad had hij nog een poppetje met geel haar getekend. En met lange benen.
Sam.
Autumn maakte de kaas open en deed een stukje in haar mond. De afgelopen maanden had Conner wel vaker een rol voor Sam in zijn tekeningen gecreëerd, maar altijd in de marge. Wat een juiste vertolking was van zijn relatie met zijn vader, vond Autumn. Te hapsnap, te weinig continuïteit.
Ze pakte een glas uit een kast en schonk het vol water uit de Brita-kan. Toen ze Sam die avond had gezien, had ze zich moeilijk kunnen voorstellen wat ze zo fascinerend aan hem had gevonden. O, hij was nog steeds een lekker ding en rijk en vreselijk aantrekkelijk. Groot en sterk en stoer, maar ze was niet meer zo naïef nu ze dertig was.
Ze nam een slok water. Ze vond het vreselijk om te moeten toegeven, zelfs aan zichzelf, dat ze ooit zo stom was geweest, bijna zes jaar geleden. Ze was met Sam getrouwd terwijl ze hem maar vijf dagen kende, omdat ze hoteldebotel van hem was, hartstikke verliefd op hem was. Dat was stom geweest, ook al leek het destijds goed.
Ze keek naar haar gezicht dat weerspiegelde in het keukenraam en liet haar glas zakken. Als ze nu terugkeek op die tijd, kon ze zich moeilijk voorstellen dat ze dat destijds echt had gedaan. Dat ze was getrouwd met een man die ze nog maar pas kende. Moeilijk om zich voor te stellen dat haar hart zo week werd als ze hem zag. Dat ze zo halsoverkop op hem verliefd was geworden. Dat zij zoiets impulsiefs zou doen.
Misschien was het wel gebeurd omdat ze zich op dat moment in haar leven nogal eenzaam voelde. Haar moeder was een paar maanden voor haar vakantie in Vegas overleden aan de gevolgen van darmkanker. Vince was bij de marine – waar hij als seal van die enge dingen deed. En voor het eerst in jaren was er niemand voor wie ze moest zorgen, behalve zijzelf. Hoefde ze niemand naar het ziekenhuis te brengen voor onderzoek, chemokuren of bestralingen.
Na de begrafenis van haar moeder, nadat ze al haar moeders spullen in dozen had gedaan en opgeslagen, had ze niets meer te doen. Voor het eerst in haar leven had ze zich alleen gevoeld. Voor het eerst in haar leven was ze alleen geweest – met maar twee dingen op haar wensenlijstje: het huis verkopen en naar Vegas gaan voor een welverdiende vakantie.
Ze wilde graag geloven dat ze met Sam was getrouwd omdat ze zich eenzaam voelde. Dat ze te veel had gedronken en daarom iets stoms had gedaan. Dat was ook zo. Ze wás alleen geweest én dronken én stom. Maar ze was ook met hem getrouwd omdat ze hartstikke, helemaal verliefd op hem was geworden. Hoe moeilijk het ook was dat toe te geven, zelfs nu nog; de liefde had haar volkomen overvallen.
Maar hij hield niet van haar. Hij was met haar getrouwd omdat het één grote grap was. Hij was weggegaan alsof ze niets voor hem betekende. Hij was vertrokken zonder achterom te kijken.
Ze zette haar glas in de gootsteen, het geluid van het glas tegen de porseleinen bak klonk hard in het lege huis. Zijn vertrek had haar zoveel pijn gedaan en had haar in verwarring achtergelaten. Ze was alleen aangekomen in Vegas. Toen ze wegging was ze getrouwd, maar nog steeds alleen. Toen ze een zwangerschapstest deed was ze alleen, en bang. Toen ze de baby voor het eerst voelde bewegen in haar buik was ze alleen geweest. Net als bij de eerste keer dat ze het hartje hoorde kloppen. En toen ze hoorde dat het een jongetje was. En ze was ook alleen en bang geweest toen ze beviel van Conner, met alleen een dokter en twee verpleegkundigen in haar buurt.
Een week na de geboorte van Conner had ze Sams advocaat gebeld om te vertellen dat Sam een zoon had. Een paar dagen later was er bloed afgenomen van Conner, om na te gaan of Sam inderdaad de vader was, en een week later had Sam zijn zoon voor het eerst gezien. Ze deed het keukenlicht uit en liep naar de gang. Autumn voelde zich niet langer alleen en bang, maar het had jaren geduurd voordat ze haar leven weer op orde had. Zodat ze Conner een veilig plekje kon bieden en een stevige muur rondom haar hart kon optrekken.
Soms wilde ze dat ze Sam niet had verteld over Conner. Dat ze Conner voor zichzelf had kunnen houden. Omdat ze ergens vond dat Sam haar mooie jongetje niet waard was, al wist ze dat het voor Conner het beste was zijn vader wél te kennen. Autumn had haar eigen vader nauwelijks gekend en zij wist uit ervaring dat het beter was als Sam in de buurt was voor Conner.
Ze bleef even staan bij Conners slaapkamer en keek naar zijn lege bedje. Zijn kussen van Barney de paarse dino lag op de Barney-dekbedovertrek die ze voor hem had gemaakt. Ze voelde even een steek in haar hart. Conner zou in zijn eigen bed moeten liggen, met zijn Barney-kussen tegen hem aan. Sam was Conner niet waard. Ze had gezien hoe hij de Rainier Club had verlaten, met een groepje ijshockeymaten en de playmates. In Sams leven paste geen kind. Hij was een topsporter, een playboy, en bracht vast de nacht door met een van die playmates. Sterker nog, hij bracht vast de nacht door met meer dan één playmate, terwijl Autumn in haar eentje haar bed opzocht.
Helemaal alleen. Elke nacht.
Niet dat ze het heel erg vond om alleen te zijn. Ze had het te druk om zich alleen te voelen. Maar soms… Als ze een huwelijk had georganiseerd, zoals dat van Faith en Ty, dan bekroop het haar wel eens. Dan wilde zij dat ook. Dan wilde ze een man die naar haar keek zoals Ty naar Faith had gekeken. Dan wilde ze een man om van te houden. Een man die de adem in haar keel deed stokken, die haar vlinders in haar buik gaf. Een man die haar ’s nachts wakker hield.
Ze was wel met Sam getrouwd, maar zulke gevoelens had hij nooit voor haar gehad. En als ze nog een keer zou trouwen, en dat sloot ze nog niet uit, dan zou ze zich niet van de wijs laten brengen door een leuke kop en een charmante glimlach. Dan wilde ze een man die naar haar keek alsof hij zijn hele leven zo naar haar wilde kijken.
Het punt was dat ze te weinig tijd had en nog minder energie, met haar werk en het zorgen voor haar zoon. Ze was wel eens uitgegaan met mannen, maar die wilden vriendinnen die tijd voor ze vrij konden maken. Als Autumn een paar uur vrij had, dan wilde ze liever een massage of een pedicure dan een man. Ze kon zichzelf een orgasme bezorgen, maar geen dieptemassage, en ze kon ook haar eigen nagels niet versieren met bloemetjes.
Ze draaide zich om en liep verder. Een nieuwe man stond ver onder aan haar prioriteitenlijstje. Misschien als Conner ouder was en haar zaak minder druk, dat ze weer zou gaan daten.
Er scheen licht door de open slaapkamerdeur. Een nachtlampje streek over de donkerblauwe met rode Transformers-dekbedovertrek. Sam trok zijn das los en liep naar het bed. Hij knoopte zijn boord los en sloop naar het bed van zijn zoon. Conner lag op zijn zij met zijn ogen dicht en zijn ademhaling klonk diep. Net als zijn vader was Conner een goede slaper en hij was als een kacheltje zo warm. Zijn armen lagen uitgestrekt, alsof hij iets wilde pakken.
De eerste keer dat hij zijn zoon zag, had zijn hart een luchtsprongetje gemaakt. De eerste keer dat hij Conner zag, was hij bang geweest hem vast te houden. Hij wist zeker dat hij hem pijn zou doen, of hem zou laten vallen. Conner was krap drie kilo zwaar en droeg een of ander blauw pakje. De enorme verantwoordelijkheid was bij Sam keihard aangekomen. Hij had er niet op gerekend dat hij iemands vader zou worden. Hij had het gevoel gehad dat hij er niet goed in zou zijn. Ook de ironie ontging hem niet. Juist iemand die aan alle verantwoordelijkheid voor wie dan ook probeerde te ontkomen, was de grootste verantwoordelijkheid van het leven ten deel gevallen. Alleen maar omdat hij zich onverantwoordelijk had gedragen.
Hij draaide zich weer om. Bij de deur keek hij nog eens om naar zijn kleine jongen. Hij hield van zijn zoon. Het was het soort liefde waarvan hij het bestaan niet vermoedde totdat hij dat gezichtje voor het eerst had gezien, ook al wist hij lang niet altijd wat hij moest doen met Conner.
Hij trok zijn das helemaal af. Toen hij Conner die eerste keer had gezien, was het al duidelijk dat hij de vader was, daarvoor was geen vaderschapstest nodig geweest. Conner leek overduidelijk op hem, met zijn blonde haar en blauwe ogen. Ook was Conner sterk en groot voor zijn leeftijd, en Sam had ervan gedroomd hem te leren schaatsen. Maar al had Conner zijn uiterlijke kenmerken, hij hield niet van schaatsen, wat nogal ongelooflijk was aangezien de jongen écht een LeClaire was en nog een halve Canadees bovendien.
Sam had een paar keer geprobeerd het hem te leren, maar Conner had gehuild toen hij was gevallen. Huilen hoorde niet bij ijshockey en na de vijfde poging had Sam het opgegeven. Conner had zelfs niet eens op de tribune gezeten toen Sam vorig seizoen de Stanley Cup had gewonnen. Toen was hij thuisgebleven, omdat hij verkouden was. Oké, Conner was pas vijf, maar Sam stond al op de ijzers toen hij drie was en hij zou zich niet laten weerhouden door een verkoudheidje om de finale van de play-offs te missen. Hij had Autumn dus de schuld gegeven. Zij had nooit onder stoelen of banken gestoken dat ze ijshockey een gewelddadige sport vond.
Hij trok zijn jasje uit en liep de gang uit. Vanwege alle commotie rondom de Stanley Cup, de afgelopen zomer, had hij weinig tijd kunnen doorbrengen met zijn zoon. Nu hij weer naar school ging en het seizoen weer begon, zou dat nog minder worden. Daar werd Sam niet blij van, maar hij kon er ook weinig aan veranderen.
De deur naar de logeerkamer stond open en hij deed hem dicht. Daar sliep Natalie, zijn nieuwste assistente. Ze was jong en mooi en deed haar werk goed. Belangrijker was dat Conner het goed met haar kon vinden.
De gordijnen in zijn slaapkamer waren open en de skyline van Seattle liet zijn licht schijnen over de vloer en zijn grote bed. Hij deed het licht aan en zag een briefje liggen op zijn wit met blauwe dekbed. Het was van Natalie, die hem schreef dat ze om zes uur ’s ochtends al weg moest. Omdat ze hem op het allerlaatste moment uit de brand had geholpen, zou hij hier niet moeilijk over gaan doen. Hij vouwde het briefje op en keek op zijn wekker. Het was iets na middernacht. Als hij Conner nog wilde zien voordat Nat hem naar huis zou brengen, zou hij om halfzes op moeten staan. Hij pakte een pen van zijn nachtkastje. Ik breng Conner naar huis, schreef hij op het papiertje, en hij schoof het onder Natalies deur. Toen hij terugliep naar zijn eigen kamer, besefte hij dat hij niet eens wist waar Conner tegenwoordig woonde. Hij wist dat ze vorig jaar naar Kirkland waren verhuisd, maar hij was er nog niet langs geweest.
Hij liep naar zijn kast en gooide zijn das naar binnen. Al mocht Autumn er het hare van denken – en niet alleen zij – hij ging niet met zijn assistentes naar bed. De meesten waren parttimestudentes die geld wilden verdienen en hij betaalde ze goed om van alles voor hem te doen. Hun werkzaamheden omvatten dus simpele boodschappen en voor kindermeisje spelen, en ze waren te belangrijk voor hem en zijn zoon om dat te verpesten met seks.
Hij liet zijn broek zakken en stapte uit zijn schoenen. Hij wist ook waarom iedereen dacht dat hij met ze naar bed ging: omdat zijn assistentes knap en jong waren. Als ze er gewoontjes uit hadden gezien, of een dikke, harige wrat op hun gezicht hadden gehad, dan had er geen haan naar gekraaid. Maar het deerde hem niet wat anderen ervan dachten. Hij was alleen bezig met zichzelf en wat hem betrof haalde hij liever iets moois in huis om naar te kijken dan een onaantrekkelijke vrouw. Dat was toch logisch.
Hij trok zijn boxer uit en deed, omdat Nat in huis sliep, een pyjamabroek aan. Hij hield niet van te veel stof en had het snel te warm. Hij sliep liever poedelnaakt.
Sam krabde zich over zijn ontblote borstkas en deed alle lampen uit. Nu moest hij Autumn morgenochtend bellen, al dacht hij niet dat ze het een probleem zou vinden als hij Conner zelf zou thuisbrengen. En jammer dan als dat wel zo was. Natuurlijk, ze hadden afgesproken dat ze nooit meer tegelijkertijd samen in één ruimte zouden zijn, maar dat was ze vanavond ook gelukt zonder elkaar af te maken. Ze hadden niet eens gedacht aan ruziemaken, tenminste, hij niet.
Er lag een afstandsbediening op zijn nachtkastje. Hij pakte hem op en richtte hem op zijn ramen. De rolgordijnen gingen omlaag en hij kroop in zijn bed. Daniel en Blake en wat andere jongens gingen nog uit, na de trouwerij. Dit was het laatste vrije weekend voor het begin van het seizoen en ze zouden vast de hele nacht op pad blijven. Een laatste nacht doorhalen. Natuurlijk zouden ze zich niet laten tegenhouden door zoiets kleins als werk, maar tijdens het seizoen zouden ze toch kalmer aan moeten doen.
Hij legde zijn kussen goed en dacht aan Autumn. Hij had haar twee jaar niet gezien, maar hij had nog steeds dezelfde gemengde gevoelens van verwarring en schuld die hij voelde toen hij destijds het hotel in Vegas had verlaten, haar had achtergelaten. Sam hield niet van die gevoelens en probeerde ze zo veel mogelijk te ontlopen.
Hij duwde de schuldgevoelens opzij en dacht aan de dingen die hij de volgende dag moest doen en aan de openingswedstrijd tegen de San José Sharks, komende donderdag. Hij dacht aan de sterke en minder sterke kwaliteiten van de Sharks. Hoe konden ze het beste misbruik maken van hun gebrek aan mentale sterkte? Binnen een paar minuten viel hij in een diepe, droomloze slaap. Toen hij de volgende ochtend wakker werd, had hij het gevoel dat hij werd bekeken.
‘Je bent wakker,’ zei Conner, toen hij zijn ogen opendeed. Zijn zoon droeg een Hulk-pyjama en stond naast zijn bed, en zijn blonde haar piekte alle kanten op. Hij keek naar Sam alsof hij hem echt wakker had staan kijken. De ochtendzon scheen door de rolgordijnen, al bleef de kamer in schemer gehuld.
Onder zijn halfgesloten oogleden door keek Sam naar zijn wekker. Het was iets na achten. Hij schraapte zijn keel. ‘Hoe lang sta je daar al?’
‘Heel lang.’
Dat kon van alles betekenen, van een uur tot een minuut. ‘Wil je even bij mij in bed?’
‘Nee, ik wil Toaster Sticks.’
‘Weet je zeker dat je niet nog even wil slapen?’ Alleen op zondag kon hij uitslapen. De rest van de week was hij ofwel aan het trainen, ofwel aan het spelen, en soms allebei op dezelfde dag. ‘Ik kan ook de tv aanzetten.’ Hij wees naar het grote scherm tegenover zijn bed.
‘Nee, ik heb honger.’ Dat was iets wat hij wel wist over Conner. De jongen wilde eten zodra hij zijn bed uit was.
Sam kreunde en zwaaide zijn benen uit bed. ‘Dan pak jij de broodrooster, terwijl ik ga pissen.’
Er verscheen een glimlach op Conners gezicht, waarna hij de slaapkamer verliet. Zijn blote voeten dreunden op de hardhouten vloer. De zomen van zijn pyjamabroek hingen inmiddels rond zijn kuiten, in plaats van zijn enkels. Conner was altijd al lang geweest, maar het leek of hij de afgelopen zomer, toen Sam even niet keek, wel tien centimeter was gegroeid. Hij stond op en begaf zich, na een bezoek aan de badkamer, naar de keuken.
Hij had zijn appartement een jaar geleden gekocht en had de keuken laten verbouwen met rvs, glas en Italiaans marmer. Tussen de keuken en de eetkamer zat geen gewone muur, maar een watermuur. Vanaf het plafond stroomde voortdurend water langs een glazen plaat, waardoor het net leek alsof je tegen een waterval aan keek. Zijn interieurarchitect noemde het een ‘waterelement’, en het was het favoriete plekje van Conner.
Het hele appartement had een mannelijke en moderne uitstraling en het was precies wat Sam wilde. Hij opende zijn grote vriezer en doorzocht op zijn hurken de laden. Hij voelde de ijskoude lucht op zijn blote huid terwijl hij de inhoud doorzocht: bevroren sinaasappelsap en ander fruit en zakken vol doperwten. ‘Ik heb geen Toaster Sticks.’
‘Mama maakt altijd hartjespannenkoekjes voor me.’
Dat verklaarde een boel. ‘Ik heb niets in huis om pannenkoeken te maken.’ En al had hij het in huis, hij zou ze niet in de vorm van hartjes bakken.
‘Ik hou ook van Egg McMuffins,’ vertelde Conner opgewekt.
‘Geeft je moeder je die rommel te eten?’
‘Als we haast hebben.’
‘Nou, dat zou ze niet moeten doen. Dat is niet goed voor je.’ Hij trok een keukenkastje open. ‘’s Ochtends heeft een kerel tachtig procent koolhydraten nodig en twintig procent eiwitten, zodat hij zijn dag goed kan beginnen.’
Conner zuchtte. Dat had hij al vaker gehoord. ‘Ik haat havermout.’
Dat wist Sam en dus pakte hij een doos Cheerio’s. ‘Met havermout eet je je buikje rond, heb je voldoende energie en krijg je haar op je borst.’
‘Ik zit nog op de kleuterschool.’
Sam keek lachend naar zijn zoon, die aan de ontbijtbar zat op een kruk, met een wakkere blik in zijn blauwe ogen. ‘Wil jij niet het enige kind op school zijn met haar op zijn borst?’
Conner kreeg ogen als schoteltjes. ‘Nee!’
Sam pakte de melk uit de koelkast en pakte een kom voor de ontbijtgranen. ‘Nou, volgend jaar dan maar.’
‘Misschien als ik twaalf ben.’ Conner keek ineens ingespannen naar de donkerblonde haren die op Sams borstkas groeiden. Toen trok hij de hals van zijn pyjama opzij en tuurde naar beneden. ‘Kriebelt het erg?’
‘Een beetje, als ze net beginnen te groeien.’ Hij zette de kom voor Conner neer en schudde de Cheerio’s erin.
‘Mijn ballen jeuken wel eens.’ Conner liet zijn hoofd op zijn knuist zakken. ‘Maar daar zit geen haar op. Mama zegt dat ik niet in het openbaar aan mijn ballen mag krabben.’
Sam moest glimlachen. Dat was echt iets voor een jongen om te zeggen. Soms maakte hij zich zorgen dat Autumn zijn zoon liet opgroeien als een meisje. Als een mietje. Goed om te horen dat hij nog dacht als een jongen.
‘Heb jij je handen gewassen?’
Hij keek naar zijn zoon. ‘Wat?’
‘Je moet je handen wassen voordat je gaat koken.’
Sam rolde met zijn ogen maar liep toch naar de kraan. Hij dacht dus lang niet altijd als een jongen. ‘Het is duidelijk dat je bij een vrouw woont.’ Hij draaide de kraan open en pompte wat antibacteriële zeep in zijn handpalm.
‘Mama roept dat ook altijd tegen oom Vince.’
Mooi zo. Dan was er tenminste iemand die tekeerging tegen die idioot. Sam pakte een stuk keukenpapier en droogde zijn handen af.
‘Doet dat pijn?’
‘Wat?’
Hij wees op Sams blote arm. ‘Dat.’
‘Dit?’ Sam streek met een vinger over de tatoeage met de tekst ‘veni vidi vici’ die vanaf zijn elleboog tot zijn pols liep op de binnenkant van zijn arm. ‘Nee. Een beetje toen ik hem liet zetten.’
‘Wat staat er?’
Een tijd geleden stond daar nog de naam van de moeder van zijn zoon. Maar daar dacht Sam nauwelijks nog aan. ‘Het is Latijn en het betekent: ik kwam, ik zag en nu krijgt er iemand een pak op zijn blote kont…’ Hij vroeg zich af of Autumn zijn naam nog had staan aan de binnenkant van haar pols.
Conner lachte zijn witte tandjes bloot. ‘“Kont” mag je niet zeggen!’
‘Kont?’ Hij deed zo zijn best op zijn taalgebruik te letten voor Conner. Altijd. Hoofdschuddend gooide hij het papier weg. ‘Wat zeg jij dan in plaats van “kont”?’
‘Bips.’
‘Bips?’ Het was waar. Nog meer bewijs dat Conner te veel tijd doorbracht met een vrouw. ‘“Kont” is geen vies woord, hoor.’
‘Mama vindt van wel.’
‘Dat je moeder een meisje is wil nog niet zeggen dat ze altijd gelijk heeft. “Bips” is een stom woord en als je dat zegt gaan ze je plagen. Je mag van mij “kont” zeggen.’
Daar dacht Conner even over na, voordat hij knikte. ‘Ik heb een tekening.’ Hij sprong van zijn kruk en rende de keuken uit. Hij keerde terug naar de ontbijtbar met een wit vel papier in zijn hand.
‘Heb jij die getekend?’ Sam goot melk in de kom.
‘Ja, ik kan heel goed tekenen.’ Hij klom weer op de kruk en wees op de twee scheve poppetjes met geel haar en blauwe ogen. De ene was kleiner dan de andere en het leek of ze beiden op een ei stonden. ‘Dit ben jij en dat ben ik. We zijn aan het vissen.’
‘Vissen?’ Hij pakte een banaan en pelde die af.
‘Ja.’
De enige keer dat Sam wel eens viste, was als hij in Mexico was, in Cabo San Lucas. En dan ging het meer om drinken met zijn maten dan om vissen. Hij pakte een mes en sneed de helft van de banaan in plakjes door Conners ontbijt. Hij deed de andere helft in de blender, pakte een lepel en schoof de kom naar zijn zoon. Terwijl deze zijn kom leeg at, deed hij nog wat bevroren frambozen, melk, proteïnepoeder, lecithine en een scheut lijnzaadolie in de blender. Daarna drukte hij op de knop en even later goot hij zijn vloeibare ontbijt in een groot glas.
‘Ik zag jou op de boot.’
‘Welke boot?’ Hij wist bijna zeker dat er geen foto’s waren gemaakt tijdens die visreisjes. Dat was een soort ongeschreven wet. Hij draaide zich om en bracht het glas naar zijn lippen.
‘In de krant.’ Er plakte een Cheerio in Conners mondhoek en hij duwde hem naar binnen met zijn hand.
Aha. Díé foto. Die afgelopen juni was gemaakt, toen ze op een jacht voeren en hij bier uit de Stanley Cup goot in het decolleté van een van de meisjes in bikini aan boord.
‘Ik vond die meisjes niet leuk.’
‘Dat komt omdat je pas vijf bent.’ Sam liet het glas zakken en likte zijn bovenlip af. ‘Dat komt wel als je groter bent.’
Conner schudde zijn hoofd met een afkeurende rimpel in zijn voorhoofd. Jezus, nu leek hij net op zijn moeder. ‘Neem je mij een keer mee op je boot? En niet die meisjes?’
‘Dat was mijn boot niet.’
‘O.’ Conner nam een grote hap en kauwde deze weg. ‘De vader van Josh F. brengt hem naar het kleuterschool,’ zei hij met zijn mond nog vol. ‘Vaders kunnen hun kinderen ook wel naar het kleuterschool brengen.’
Hoe waren ze ineens van boten en vissen overgestapt naar de kleuterschool? ‘Maar je moeder brengt je toch?’
Conner knikte en slikte de hap door. ‘Maar jij kunt me ook brengen.’
‘Misschien, als ik een keer thuis ben.’ Hij nam nog een slok. ‘Hoe vind je het op “het” kleuterschool?’
‘Wel leuk. Ik vind juf Richelle leuk. Ze leest ons voor. En ik vind Josh F. leuk.’
‘Is hij je beste vriend?’
Hij knikte weer. ‘Ja. Niet Josh R. Die is stom. Die vind ik niet leuk.’ Hij krabde aan zijn wang. ‘Hij had mij gestompt.’
‘Waarom?’
Conner haalde een magere schouder op. ‘Omdat ik een Barney-rugzak heb.’
‘Die paarse dino?’
‘Ja.’
Sam veegde zijn mond schoon. ‘Heb je hem teruggestompt?’
‘O, nee.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik stomp geen mensen. Dat is niet aardig.’
Als zijn zoon niet zo op hem had geleken, had Sam zich afgevraagd of hij zijn zoon wel was. Hij had het afgelopen seizoen zoveel tijd doorgebracht op de strafbank, dat hij erover had gedacht er iets leuks aan de muur te hangen en er een schemerlamp neer te zetten; hij voelde zich er helemaal thuis. ‘Ik dacht dat Barney voor baby’s was.’
Conner dacht er even over na en knikte toen. ‘Vorig jaar vond ik Barney leuk.’
‘Barney is een eikel.’
Conner lachte en weer zag je zijn witte melktanden. ‘Ja. Barney is een eikel.’